Uit Werkinfo
[bewerken] WGA
Werknemers die tijdelijk volledig, maar niet duurzaam arbeidsongeschikt zijn krijgen een uitkering op grond van de Werkhervattingsregeling voor gedeeltelijk Arbeidsongeschikten (WGA). De WGA is een afzonderlijke regeling binnen de WIA. De WGA-uitkering bedraagt in deze gevallen 70% van het laatstverdiende loon, tot maximaal het maximumdagloon. Deze uitkering eindigt bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd, behoudens eerder overlijden of herstel. Bij volledige arbeidsongeschiktheid treedt er geen zogenaamd “WAO-gat”op. Zodra de werknemer niet langer volledig, maar wel ten minste voor 35% arbeidsongeschikt is, geldt het hierna volgende.
Voor werknemers, die voor meer dan 35% arbeidsongeschikt zijn maar minder dan 80-100%, zijn er twee situaties mogelijk: a. De werknemer verdient minstens de helft van wat hij/zij met werken (rekening houdende met de medische beperkingen) nog zou kunnen verdienen. Eerst bestaat er recht op een leeftijdsafhankelijke en tijdelijke (0,5 tot 5 jaar) loongerelateerde uitkering. De loongerelateerde WGA-uitkering bedraagt 70% van het verschil tussen het (gemaximeerde) oude loon en het met werken verdiende loon. Na afloop van de loongerelateerde uitkering bestaat er recht op een loonaanvullingsuitkering WGA. De loonaanvullingsuitkering WGA bedraagt 70% van het verschil tussen het (gemaximeerde) oude loon en de restverdiencapaciteit (wat men nog zou kunnen verdienen). b. De werknemer werkt niet of verdient minder dan de helft van wat hij/zij met werken (rekening houdende met de medische beperkingen) zou kunnen verdienen (ongeacht de reden daarvan). Eerst bestaat er recht op een leeftijdsafhankelijke en tijdelijke (0,5 tot 5 jaar) loongerelateerde uitkering. De loongerelateerde WGA-uitkering bedraagt 70% van het verschil tussen het (gemaximeerde) oude loon en het met werken verdiende loon. Als er niet wordt gewerkt, bedraagt de loongerelateerde WGA-uitkering dus 70% van het laatstverdiende loon. De WGA is immers een gecombineerde dekking voor zowel het arbeidsongeschiktheids- als het werkloosheidsrisico). Na afloop van de loongerelateerde WGA-uitkering (of direct als de werknemer niet aan de referte-eis (voldoende arbeidsverleden) voldoet, bestaat recht op een vervolguitkering WGA.
Recht op een vervolguitkering heeft de gedeeltelijk arbeidsongeschikte die niet werkt of werkt en met dat werk een inkomen verdient van minder dan 50% van zijn overblijvende verdiencapaciteit. De hoogte van de vervolguitkering is een percentage van het wettelijk minimumloon, of van het maandloon als dat lager is. Dit percentage is hoger naar mate de werknemer minder arbeidsgeschikt is. De werknemer houdt recht op de vervolguitkering zo lang hij ten minste 35% arbeidsongeschikt is. De werknemer die 80% of meer arbeidsongeschikt is, heeft geen recht op een vervolguitkering omdat hij in aanmerking komt voor een loonaanvullingsuitkering.
Hoogte vervolguitkering Bij een arbeidsongeschiktheidspercentage van: bedraagt de uitkering in % van het wettelijk minimumloon/lagere maandloon: 0-35%: 0% 35-45%: 28% 45-55%: 35% 55-65%: 42% 65-80%: 50,75% 80-100%: 70%
RW1AXz <a href="http://tapclgfwodix.com/">tapclgfwodix</a>, [url=http://vvjwemjtzxmn.com/]vvjwemjtzxmn[/url], [link=http://ccoocrxblndp.com/]ccoocrxblndp[/link], http://xkhybolifoko.com/
[bewerken] WGA-hiaat
De vervolguitkering is meestal (aanzienlijk) lager dan de loondervinguitkering. Dit noemt men het WGA-hiaat of -gat. Het WGA-gat is als regel groter dan het oude WAO-gat. Alleen door weer of meer te gaan werken, kan het WGA-gat worden voorkomen.
[bewerken] Aanvullen loon
Bedrijven en instellingen kunnen het loon van werknemers die door ziekte gedeeltelijk uitvallen vanaf 2007 maximaal 10 jaar lang zelf aanvullen. Na deze periode betaalt de overheid de aanvulling voor het deel dat de medewerkers niet meer kunnen werken. Werkgevers kunnen het risico voor de laatste groep afdekken bij de UWV, of zich wenden tot een commerciële verzekeraar dan wel het risico zelf dragen.

